
Landgoed en kasteel te leen voor volgende generaties
LifestyleRENSWOUDE – Noblesse oblige, ofwel: adel verplicht. Reyn baron Snouckaert van Schauburg bewoont en beheert Kasteel Renswoude, als telg uit de adellijke families Van Reede en Taets van Amerongen. Dit waardevolle cultuurhistorische Rijksmonument is door overerving sinds 1654 onafgebroken het thuis van beide families.
De geschiedenis van kasteel en dorp zijn nauw met elkaar verweven. Om het kasteel ligt 400 hectare eigen grond, feitelijk van de nazaten van de familie Taets van Amerongen. Ook op de Emminkhuizerberg ligt een perceel. Ooit telde het domein maar liefst 1.000 hectare, met 28 boerderijen en dorpswoningen. Daarvan zijn er nog vier over. Het park, met de tuinen in de romantische Engelse landschapsstijl en een kasteelbos van 8 hectare, is van het Utrechts Landschap.
Verhuur
‘Voor ons is het beheer geen last, maar een verantwoordelijkheid’, zegt baron Snouckaert van Schauburg. ‘We hebben het landgoed en het kasteel te leen voor volgende generaties.’
Na een Duitse bezetting in de oorlog was het kasteel compleet uitgewoond. Om middelen voor renovatie te genereren, koos de familie voor particuliere verhuur. Momenteel zijn er acht huurders.
‘Het beheer is ondergebracht in een familiestichting, zodat we zelf de regie behouden en een persoonlijke bijdrage aan de exploitatie kunnen geven. De inkomsten komen deels uit subsidies van het Rijk, de provincie en de gemeente. Daarnaast uit giften van fondsen, pacht en verhuur. Onze stichting moet 40 procent eigen bijdrage leveren.’
Verduurzamingsplan
Om het kasteel, in 1654 gebouwd door Johan van Reede in de Hollands-classicistische stijl, klaar te hebben voor een energiezuinige toekomst, is een groot verduurzamingsplan opgesteld. ‘Vanwege de hoge kosten is er een tien- tot vijftienjarenplan opgesteld met eerst de plaatsing van achterzetramen. Wij zetten in de winter de verwarming op maximaal 17 graden. Voor de rest stoken we bij met twee houtkachels. De daken van de bijgebouwen zijn geïsoleerd en verder zijn er nieuwe verwarmingssystemen ingevoerd.’
Een ploeg van zes vrijwilligers houdt het kasteelpark bij. De baron, wiens grootvader nog personeel in dienst had, helpt zelf mee en geeft ook rondleidingen in het kasteel aan basisschoolleerlingen. ‘Er is steeds meer oog voor biodiversiteit en voor het terugbrengen van historische landschapselementen. Zo willen we klassieke houtsingels terugbrengen in het landschap.’
Voor het heden kan het kasteel niet voorbij aan de betekenis van het verleden. •

























